ExamenvragenADR

 

Onderstaand volgen een aantal examenvragen  voor de ADR chauffeur. Heb jij zelf ADR vragen die hier bij passen, mail ze naar info@gevaarlijke-stoffen.com

 

CH1.  Wat is de maximale inhoud van een IBC?

A. Maximaal is de inhoud 3000 liter.

B. Minimaal 3000 liter.

C. Slechts toegestaan tot 1000 liter.

 

CH2.  In welke taal moet het vervoersdocument zijn opgesteld bij het vervoer van gevaarlijke stoffen?

A. Nederlands en Zweeds.

B. Duits en Zweeds.

C. Nederlands en Duits.

D. Nederlands, Duits en Zweeds.

 

CH3. Hoe is aan een doos te zien dat er spuitbussen worden vervoerd van klasse 2?

A. Aan het behandelingsetiket met de aanduiding ‘deze zijde boven’.

B. Aan een gevaarsetiket op de doos.

C. Aan de aanduiding ‘UN1950 aerosolen’ op de doos.

D. Aan het UN nummer op de doos.

 

CH4. Tijdens het laden maakt een chauffeur een verpakking open om te controleren of de juiste stof erin zit. Is dit toegestaan?

A. Ja, een lid van de bemanning van het voertuig mag dit doen.

B. Nee, hij mag verpakkingen met gevaarlijke stoffen niet openen.

C. Nee, tenzij er een controlerend ambtenaar bij aanwezig is.

D. Ja, maar uitsluitend bij twijfel over de inhoud.

 

CH5. Wanneer moeten voor een zending gevaarlijke stoffen meerdere vervoersdocumenten opgemaakt worden?

A. Als de lading verdeeld is over de verschillende voertuigen.

D. Dit hoeft helemaal nooit.

B. Als het een vrachtauto met aanhanger betreft.

C. Als er via verschillende modaliteiten wordt vervoerd.

 

CH6. Voor wie is het toegestaan om met u mee te rijden met een voertuig met gevaarlijke stoffen?.

A. Uw partner.

B. Een persoon die u de te rijden route aanwijst.

C. Een ambtenaar van een controlerende instantie.

D. Een persoon van het bedrijf waar u de gevaarlijke stoffen moet lossen.

 

CH7. In een vrachtwagen is 2.000 kg van de gevaarlijke stof UN 3112 geladen. De chauffeurs moet ergens onderweg overnachten. Hoe en waar moet hij zijn vrachtauto parkeren?

A. Op zodanige wijze dat de vrachtauto steeds volledig onder toezicht staat.

B. De vrachtauto moet op een particulier parkeerterrein worden.

C. Op enige afstand van openbare gebouwen op een afgesloten vrije ruimte.

D. De vrachtauto moet op een afgesloten fabrieksterrein worden gezet.

 

CH8. Een tankauto met een inhoud van 8.000 liter is gevuld met 2.000 liter benzine. Het zicht is 100 meter. Moet de chauffeur stoppen?

A. Nee, niet als de tank is voorzien van slinger schotten.

B. Nee, de vervoerde hoeveelheid is minder dan 3.000 liter.

C. Ja, hij moet stoppen, tenzij de vrachtauto ABS en een retarder heeft.

 

CH9. Mag een ontvanger een gevaarlijke stof weigeren?

A. Een ontvanger mag altijd een aangeboden stof weigeren, met name als de aflevertermijnen overschreden worden.

B. In de wetgeving is niets geregeld over acceptatieplicht.

C. Slechts bij dringende reden mag worden geweigerd.

 

CH10. Wat is een verpakkingsgroep?

A. Een aanduiding die aangeeft welke verpakking noodzakelijk is voor het vervoer.

B. Een aanduiding die gerelateerd is aan de aggregatietoestand van de gevaarlijke stof.

C. Een aanduiding die de mate van gevaarszetting van de stof aangeeft.

 

CH11. Wat is een gevarenklasse.

A. Een groep stoffen die tijdens het vervoer hetzelfde hoofdgevaar hebben.

B. Een groep stoffen de hoofdgevaar, bijkomend en secundair gevaren hebben.

C. Een groep stoffen die hetzelfde hoofdgevaar en bijkomend gevaar hebben.

 

CH12. Welke algemene regel geldt voor het vastzetten van colli in een vrachtauto.

A. Colli moeten worden vastgezet met een afdekzeil.

B. Colli moeten zodanig worden vastgezet dat ze niet kunnen schuiven of omvallen.

C. Colli moeten worden vastgezet met niet brandbaar stuwagemateriaal.

 

CH13. Welke bijzondere verpakkingseis geldt voor stoffen van klasse 4.3?

A. Waterdicht.

B. Drukverpakking.

C. Luchtdicht.

 

CH14. Wat verstaat u onder een n.e.g. positie?

A. Een stof die niet explosief gevaarlijk is.

B. Een stof die niet echt gevaarlijk is.

C. Een stof die niet elders genoemd is.

D. Een stof die naast explosieven geplaatst mag worden.