ExamenvragenVA

Onderstaand  staan 20 oefenvragen voor het examen ADR Veiligheidsadviseur.

De antwoorden op de vragen vind je onderaan de vragenlijst.

 

1. Wat is de maximale inhoud van een IBC?
A. Maximaal is de inhoud 3000 liter.
B. Minimaal 3000 liter.
C. Slechts toegestaan tot 1000 liter.

 

2. Een verpakking voor gevaarlijke stoffen wordt gevuld met een vloeistof met een kookpunt van 80°C. Wat mag de maximale vullingsgraad zijn?
A. 90%.
B. 92%.
C. 94%.
D. 96%.

 

3. Wat is het nut van het aansluiten van een aardkabel?
A. Het voorkomen van blikseminslag.
B. Het afvoeren van statische elektriciteit.
C. Het onderbreken van het elektrische circuit van het voertuig.
D. Het voorkomen van open vuur.

 

4. Tijdens het laden maakt een chauffeur een verpakking open om te controleren of de juiste stof erin zit. Is dit toegestaan?
A. Ja, een lid van de bemanning van het voertuig mag dit doen.
B. Nee, hij mag verpakkingen met gevaarlijke stoffen niet openen.
C. Nee, tenzij er een controlerend ambtenaar bij aanwezig is.
D. Ja, maar uitsluitend bij twijfel over de inhoud.

 

5. Wanneer moeten voor een zending gevaarlijke stoffen meerdere vervoersdocumenten opgemaakt worden?
A. Als de lading verdeeld is over de verschillende voertuigen.
D. Dit hoeft helemaal nooit.
B. Als het een vrachtauto met aanhanger betreft.
C. Als er via verschillende modaliteiten wordt vervoerd.

 

6. De documenten die tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen aan boord van een transporteenheid moeten worden meegevoerd staan vermeld in.
A. Deel 5 van het ADR.
B. Deel 1 van het ADR.
C. Deel 4 van het ADR.
D. Deel 8 van het ADR.

 

7. In een vrachtwagen is 2.000 kg van de gevaarlijke stof UN 3112 geladen. De chauffeurs moet ergens onderweg overnachten. Hoe en waar moet hij zijn vrachtauto parkeren?
A. Op zodanige wijze dat de vrachtauto steeds volledig onder toezicht staat.
B. De vrachtauto moet op een particulier parkeerterrein worden.
C. Op enige afstand van openbare gebouwen op een afgesloten vrije ruimte.
D. De vrachtauto moet op een afgesloten fabrieksterrein worden gezet.

 

8. Een tankauto met een inhoud van 8.000 liter is gevuld met 2.000 liter benzine. Het zicht is 100 meter. Moet de chauffeur stoppen?
A. Nee, niet als de tank is voorzien van slinger schotten.
B. Nee, de vervoerde hoeveelheid is minder dan 3.000 liter.
C. Ja, hij moet stoppen, tenzij de vrachtauto ABS en een retarder heeft.
D. Ja, hij moet stoppen op de eerstvolgende parkeerplaats.

 

9. Mag een ontvanger een gevaarlijke stof weigeren?
A. Een ontvanger mag altijd een aangeboden stof weigeren, met name als de aflevertermijnen overschreden worden.
B. In de wetgeving is niets geregeld over acceptatieplicht.
C. Slechts bij dringende reden mag worden geweigerd.

 

10. Wat is een verpakkingsgroep?
A. Een aanduiding die aangeeft welke verpakking noodzakelijk is voor het vervoer.
B. Een aanduiding die gerelateerd is aan de aggregatietoestand van de gevaarlijke stof.
C. Een aanduiding die de mate van gevaarszetting van de stof aangeeft.

 

11. Wat is een gevarenklasse.
A. Een groep stoffen die tijdens het vervoer hetzelfde hoofdgevaar hebben.
B. Een groep stoffen de hoofdgevaar, bijkomend en secundair gevaren hebben.
C. Een groep stoffen die hetzelfde hoofdgevaar en bijkomend gevaar hebben.

 

12. Bij gebruikmaking van LQ moet gebruik gemaakt worden van een UN geteste verpakking.
A. De stelling is juist.
B. Dat mag indien de totale hoeveelheid gevaarlijke stoffen niet meer bedraagt dan 20 cq 30 kg/liter.
C. De stelling is onjuist.

 

13. U rijdt met uw auto een zout veer op. Dient u te voldoen aan de bepalingen van het VLG of het VBG.
A. U dient te voldoen aan de regelgeving van het vervoer over binnenwateren, het VBG.
B. Deze vorm van gecombineerd vervoer is niet geregeld in het VLG, noch in de Europese overeenkomst.
C. U dient te voldoen aan het VLG.

 

14. Een zwak bijtende stof geeft in aanraking met water brandbare gassen. Geef de gevarenklasse aan.
A. 8.
B. 4.1
C. 4.3
D. 2

 

15. Op een IBC wordt een pallet met zakken geplaatst. Wat mag het maximale gewicht van de pallet zijn wanneer de IBC is voorzien van het volgende kenmerk:
UN/13H3/Y/7-02/NL/deM/4800/1780
A. 1780 kg
B. 6580 kg.
C. 3020 kg.
D. 4800 kg.

 

16. Een RID/ADR tank is geladen met UN 1017 Chloor. Waarvan mag de tank voorzien zijn?
A. Bodemventiel.
B. Vacuumklep met een onderdruk van tenminste 0,1 bar.
C. Veiligheidsklep voorafgegaan door een breekplaat.
D. Beluchtingsventiel.

 

17. Bij welke letter in de tankcode van een tank zijn openingen voor het vullen of lossen van onderaf toegestaan, maar is een inwendige afsluiter aan de onderzijde van tank niet verplicht?
A. De letter A.
B. De letter D.
C. De letter C.
D. De letter B.

 

18. Welke van de onderstaande stoffen mag niet samen verpakt worden met andere gevaarlijke stoffen?
A. UN 1389 Amalgaan van alkelimetalen, vloeibaar 4.3, I
B. UN 1436, Zinkpoeder of zinkstof, 4.3, II
C. UN 2312 Fenol, gesmolten 6.1, II
D. UN 2304, Naftaleen, gesmolten, 4.1, III
19. Hoeveel kg UN 1101 Butaan mag maximaal geladen worden in een, hiervoor geschikte en toegelaten, tankcontainer van 20.000 liter?
A. 5.100 kg.
B. 7.500 kg.
C. 20.000 kg.
D. 10.200 kg.

 

20. Een tankwagencombinatie wordt beladen met UN 1203 benzine. Welke voorziening moet in ieder geval aanwezig zijn?
A. Een noodstopvoorziening.
B. Een hoofdschakelaar.
C. Een overdrukveiligheidsventiel met breekplaat.
D. Een snelsluitende bodemafsluiter.

 

Meer oefenvragen ADR veiligheidsadviseur?  Bestel de CD-rom.

 

Antwoorden:

1. A
2. B
3. B
4. B
5. A
6. D
7. A
8. D
9. C
10. C
11. A
12. C
13. C
14. C
15. D
16. C
17. A
18. A
19. D
20. D

 

Meer oefenvragen ADR veiligheidsadviseur?  Bestel de CD-rom.