Onderricht gevaarlijke stoffen volgens de Arbowet.

Artikel 8 van de ARBOwet zegt:

De werkgever moet ervoor zorgen dat zijn werknemers goed worden voorgelicht over:

 de werkzaamheden die zij moeten verrichten;

  • de daaraan verbonden risico’s;
  • de maatregelen die erop gericht zijn de risico’s te voorkomen of beperken;
  • hoe de deskundige ondersteuning met betrekking tot arbeidsomstandigheden, preventiezorg en verzuim is georganiseerd.

 Het arbeidsomstandighedenbesluit is nog duidelijker en verwijst naar bovengenoemd artikel:

Artikel 4.10d. Voorlichting en onderricht
o 1.In alle gevallen waarbij arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt in overeenstemming met artikel 8 van de wet, voorlichting en onderricht gegeven, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan:
§ a. de mogelijke gevaren voor de veiligheid en de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met gevaarlijke stoffen op grond van de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2;
§ b. de aard van de blootstelling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid;
§ c. de grenswaarden;
§ d. de te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen of te beperken tot een zo laag mogelijk niveau;
§ e. de te treffen voorzorgsmaatregelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat zich met betrekking tot gevaarlijke stoffen een ongewilde gebeurtenis voordoet;
§ f. de hygiënische maatregelen;
§ g. het dragen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen;
§ h. de te nemen maatregelen in geval zich een ongewilde gebeurtenis voordoet met gevaarlijke stoffen.
o 2.De werkgever brengt de werknemers op de hoogte van de informatie over de veiligheid en gezondheid die door de leverancier van een gevaarlijke stof wordt verstrekt, waaronder begrepen de verplichte informatie die bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt verstrekt.
o 3.De wijze van voorlichting en onderricht is afgestemd op de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2.
o 4.De voorlichting en het onderricht worden geactualiseerd indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Opgeleid volgens 1.3 van de ADR.

De personen die werkzaam zijn bij de betrokkenen overeenkomstig hoofdstuk 1.4 van de ADR en wier taken betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke goederen, moeten zijn opgeleid, al naar gelang de eisen die het vervoer van gevaarlijke goederen aan hun verantwoordelijkheden en taken stelt. Werknemers moeten zijn opgeleid overeenkomstig onderstaande regels voordat zij verantwoordelijkheden op zich nemen en mogen uitsluitend onder het rechtstreekse toezicht van een opgeleide persoon functies vervullen waarvoor in de voorgeschreven opleiding nog niet is voorzien. De opleiding moet ook de in hoofdstuk 1.10 (beveiliging) opgenomen speciale voorschriften voor de beveiliging van het vervoer van gevaarlijk goederen omvatten.

Aard van de opleiding.

De opleiding moet, al naar gelang de verantwoordelijkheden en taken van de betreffende persoon, in de volgende vorm geschieden:

Algemene bewustmaking
Het personeel moet bekend zijn met de algemene voorschriften van de bepalingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

Functiespecifieke opleiding
Het personeel moet zijn opgeleid in de voorschriften van de regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, direct aansluitend op hun taken en verantwoordelijkheden.

Indien het vervoer van gevaarlijke goederen een multimodaal vervoersproces inhoudt, moet het personeel op de hoogte zijn van de voorschriften die van toepassing zijn op de andere vervoerswijzen.

Veiligheidsopleiding
In verband met de mogelijke gevaren van verwonding of blootstelling als gevolg van een incident bij het vervoer van gevaarlijke goederen, met inbegrip van laden en lossen, moet het personeel zijn opgeleid inzake de risico’s en gevaren die samenhangen met de gevaarlijke goederen.

 

Opgeleid conform de PGS15.

Regelmatig wordt de vraag gesteld wat een opgeleid persoon binnen de PGS15 inhoud. Bij deze een kort antwoord op deze vraag.
Een conform de PGS15 opgeleid persoon is opgeleid voor zijn of haar werkzaamheden van toepassing zijnde PGS15 voorschriften, aangevuld met een basiskennis gevaarlijke stoffen en indien voor de incidentbestrijding
noodzakelijk een BHV opleiding waarin het opruimen van gevaarlijke stoffen naar voren komt. Conform de Arbowet en de ADR dient iedereen die werkt
met gevaarlijke stoffen werkt aantoonbaar opgeleid te zijn.